Patienten Hersenbloeding Intracerebrale bloeding

Over een intracerebrale bloeding

Bij een intracerebrale bloeding bevindt zich bloed in het hersenweefsel. Je wordt met spoed opgenomen voor de behandeling van de gevolgen van deze bloeding.

lees meer

Over een intracerebrale bloeding

Bij een intracerebrale bloeding bevindt zich bloed in het hersenweefsel. Je wordt met spoed opgenomen voor de behandeling van de gevolgen van de bloeding
Symptomen van een intracerebrale bloeding zijn: acute ernstige hoofdpijn, misselijkheid, neurologische uitvalsverschijnselen en bewustzijnsdaling of bewustzijnsverlies.
Het verloop en de prognose van de bloeding zijn erg afhankelijk van de oorzaak en de ernst.

Oorzaken

Een intracerebrale bloeding op jonge leeftijd kan verschillende oorzaken hebben, zoals hoge bloeddruk (hypertensie), vaatafwijkingen of een hersentumor.

Aandoeningen van de hersenvaten die het meest op jonge leeftijd een intracerebrale bloeding veroorzaken zijn:

Opname in het ziekenhuis

Het is noodzakelijk dat je na een intracerebrale bloeding spoedeisende hulp krijgt en in een ziekenhuis komt waar de gevolgen van de bloeding kunnen worden behandeld.

lees meer

Opname in het ziekenhuis


  • Als je in het ziekenhuis wordt opgenomen, omdat de artsen denken dat je een hersenbloeding hebt, dan wordt er een CT-scan (Computer Tomografie) van de hersenen gemaakt. Hierdoor kan de arts zien welk soort hersenbloeding je hebt gehad. De bloedvaten kunnen in de CT-scan in beeld worden gebracht door via het infuus in je arm contrastvloeistof te geven, zodat de arts een eventuele vaatafwijking op kan sporen. Een oorzaak wordt vaak niet gevonden op een CT-scan van de hersenvaten.

    Als er twijfel bestaat over de oorzaak van de bloeding kan het team van vaatspecialisten besluiten om verder onderzoek te doen. Dit wordt gedaan door middel van een vaatonderzoek (angiografie).


Behandeling

Als je door de hersenbloeding een verhoogde hersendruk hebt, dan overweegt de arts om door de schedel heen een drain en een drukmeter in een hersenkamer te plaatsen. Als de bloeding veel ruimte inneemt en de hersenen worden weggedrukt, dan kan de bloeding operatief verwijderd worden.

lees meer

Behandeling

Als je door de hersenbloeding een verhoogde hersendruk hebt, dan overweegt de arts om door de schedel heen een drain en een drukmeter in een hersenkamer te plaatsen. Het hersenvocht kan hierdoor aflopen en de druk in de hersenen wordt verlaagd. Ook kan de hersendruk worden gemeten. Je wordt opgenomen op de Intensive Care Unit, de Medium Care Unit of Stroke unit.

Als de bloeding veel ruimte inneemt en de hersenen worden weggedrukt, dan kan de arts overwegen om de bloeding operatief te verwijderen. Als er extreme zwelling van de hersenen ontstaat, kan een deel van de schedel worden verwijderd om de periode van hersenzwelling te overbruggen. Het ontbrekende deel van de schedel kan na 3 maanden weer terug worden geplaatst als je voldoende bent hersteld. In de herstelperiode krijg je een helm aangemeten om de hersenen te beschermen. 
De intensivist en de neurochirurg bespreken het behandelplan met je contactpersoon

Complicaties

Complicaties na een intracerebrale bloeding kunnen erg verschillend zijn en zijn afhankelijk van de grootte en de locatie van de bloeding. We geven uitleg over de meest voorkomende complicaties.

lees meer

Complicaties


  • Een waterhoofd is de ophoping van het hersenvocht in de hersenkamers (ventrikels), ook wel hydrocephalus genoemd. Een waterhoofd kan acuut ontstaan als door de bloeding de doorgang tussen de hersenkamers wordt dichtgeduwd en het hersenvocht niet meer weg kan. Ook kan het geleidelijk ontstaan als de relatief grote bloedcellen de afvoer van het waterdunne hersenvocht tegenhouden. Het “afvoerputje” raakt dan als het ware verstopt, waardoor de druk in de hersenen oploopt. Door de hoge druk in de hersenen wordt de patiënt steeds suffer, er kan een dwangstand van de ogen omlaag ontstaan of nauwe en niet-reagerende pupillen. Meestal is er sprake zijn van toenemende hoofdpijn, misselijkheid en overgeven. 

    In dat geval in hersenvochtdrainage nodig. Hier lees je meer over onder het kopje hersenvochtdrainage.


Ontslag uit het ziekenhuis

In de loop van de opname op de verpleegafdeling neemt de medisch- technische behandeling door de neurochirurg langzaam af. Je verblijf komt meer in het teken te staan van revalideren.

lees meer

Ontslag uit het ziekenhuis

In de loop van de opname op de verpleegafdeling neemt de medisch- technische behandeling door de neurochirurg langzaam af. Je verblijf komt meer in het teken te staan van revalideren.
Gedurende het herstel krijgt je advies van je behandelteam over waar je het beste verder kunt herstellen na de ziekenhuisopname.

Ontslag naar huis

 Als het dagelijkse functioneren weer zelfstandig en veilig lukt, dan mag je met ontslag naar huis. Op het afgesproken tijdstip kan je familie of naaste je ophalen. Als je thuis nog therapie nodig hebt, dan word je verwezen naar een praktijk voor bijvoorbeeld fysiotherapie of ergotherapie. Als je zorg nodig hebt, vult de verpleegkundige een aanvraag in voor de thuiszorg. Een deskundige van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) geeft je een advies over de zorg die je thuis nodig hebt.
Mogelijk merk je na enige tijd thuis dat je problemen houdt met vermoeidheid, prikkelverwerking, concentratie of geheugen. Tijdens de nazorggesprekken wordt dit besproken en word je eventueel alsnog verwezen voor dagbehandeling in een revalidatiecentrum.  


  • Revalidatie binnen een revalidatiecentrum

    Voor revalidatie binnen een revalidatie centrum (Medisch Specialistische Revalidatie) moet er sprake zijn van voldoende belastbaarheid en er moet uitzicht zijn op een toekomstig ontslag naar de thuissituatie. Als hiervoor wordt gekozen, meldt de revalidatiearts je aan voor deze vorm van revalidatie. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat je in de wachttijd, ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het regionale ziekenhuis waar je aanvankelijk werd opgevangen.

    Revalidatie binnen het verpleeghuis

    Als je belastbaarheid zodanig is beperkt dat er nog veel rust nodig is tussen de therapieën door en er wel uitzicht is op een toekomstig ontslag naar de thuissituatie, dan kan gekozen worden voor de Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ) binnen een verpleeghuis. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat je in de wachttijd, ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het regionale ziekenhuis waar je aanvankelijk werd opgevangen. Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar GRZ mogelijk is en zorgt voor de aanmelding.

    Revalidatie voor langere duur in een verpleeghuis

    Als er nog veel ondersteuning nodig is bij de dagelijkse activiteiten en het onzeker is of ontslag naar de thuissituatie nog binnen de mogelijkheden valt, dan is een langdurig verblijf met revalidatie in een verpleeghuis een optie (indicatie 9b). Er is langere tijd beschikbaar om te herstellen en mocht het kunnen, dan is ontslag naar de thuissituatie mogelijk. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat je in de wachttijd, ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het regionale ziekenhuis waar je aanvankelijk werd opgevangen. Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar verblijf binnen indicatie 9b mogelijk is. 

    Vroege Intensieve neurorevalidatie (VIN)

    VIN is een intensief revalidatieprogramma voor patiënten die ernstig hersenletsel hebben opgelopen en daardoor in een toestand van verminderd bewustzijn verkeren. Het VIN programma kan een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van het bewustzijn. Er zijn slechts enkele centra in Nederland waar dit programma wordt toegepast. In zuid-Nederland is dit Libranet, locatie Leijpark in Tilburg. De indicatiestelling gebeurt door de revalidatieartsen van de instelling.     

    Langdurig verblijf in een verpleeghuis

    Als de zelfzorg grotendeels wordt overgenomen en je artsen verwachten dat je niet voldoende zult herstellen om terug te keren naar huis, dan kun je langdurig opgenomen worden in een verpleeghuis. Bij jongere patiënten met een hersenbloeding komt dit zelden voor. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat je in de wachttijd, ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het regionale ziekenhuis waar je aanvankelijk werd opgevangen. Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar langdurig verblijf mogelijk is.


Leven na een intracerebrale bloeding

Na een intracerebrale bloeding is er een aantal zaken waar je rekening mee moet houden.

lees meer

Leven na een intracerebrale bloeding

Mogelijk blijft je voor anderen onzichtbare klachten houden. Veelvoorkomende voorbeelden hiervan zijn: (mentale) vermoeid, problemen met het verwerken van prikkels, concentratieproblemen, vergeetachtigheid en hoofdpijn. Dit kan een behoorlijke beperking zijn voor het oppakken van je dagelijks leven.


  • Na het herstel van een intracerebrale bloeding zijn er geen speciale beperkingen of leefregels. Vaak ontstaan vragen over zware fysieke arbeid, persen, vliegen, saunabezoek, achtbaan of seksuele activiteit. Er zijn geen wetenschappelijke aanwijzingen dat deze activiteiten een verhoogd risico geven op een nieuwe bloeding. Wel kunnen bestaande klachten uiteraard toenemen door deze activiteiten. Het advies is dat alle activiteiten weer opgepakt mogen worden zolang dit kan zonder klachten.


Revalidatie gericht op het verbeteren van klachten en beperkingen

Door hersenletsel kunnen veel verschillende klachten ontstaan, zoals krachtsverlies, geheugenproblemen, moeite met spreken of spasticiteit. Revalidatie is gericht op het verminderen van de klachten en problemen om weer zo goed mogelijk te kunnen functioneren.

lees meer

Revalidatie gericht op het verbeteren van klachten en beperkingen

Door hersenletsel kunnen veel verschillende klachten ontstaan, zoals krachtsverlies, geheugenproblemen, moeite met spreken of spasticiteit. Revalidatie is gericht op het verminderen van de klachten en problemen om weer zo goed mogelijk te kunnen functioneren. Afhankelijk van de klachten en hoe iemand daardoor beperkt wordt in zijn dagelijkse bezigheden, worden verschillende therapieën ingezet. Bijvoorbeeld fysiotherapie voor problemen met lopen en ergotherapie als de zelfzorg moeilijk gaat.

Dit kan soms in de eerst lijn, dat wil zeggen bij een therapeut in de buurt. Als er op meer gebieden problemen zijn, is meestal een behandeling door een revalidatieteam onder leiding van een revalidatiearts nodig. Je kunt dan opgenomen worden in een revalidatiecentrum of vanuit huis een dagbehandelprogramma in een revalidatiecentrum volgen.

De revalidatiearts kan spasticiteit behandelen met medicijnen of injecties. Spraak- en taalproblemen worden behandeld door een logopedist. Cognitieve- en stemmingsproblemen worden onderzocht en behandeld door een neuropsycholoog. Vaak besteedt het revalidatieteam na een beroerte op jonge leeftijd ook aandacht aan werkhervatting.

Revalidatie in een latere fase

Soms worden problemen door het hersenletsel pas na langere tijd duidelijk. Ook dan kan de huisarts, neuroloog, neurochirurg of verpleegkundig specialist je doorverwijzen voor behandeling door een therapeut in de buurt, behandelprogramma Hersenz of naar een revalidatiearts. Problemen die pas na langere tijd duidelijk worden, bestaan vaak uit gedragsveranderingen en cognitieve problemen, zoals moeite met geheugen, plannen of dubbeltaken en traagheid in het denken. Hier is vaak een specialistische revalidatiebehandeling voor nodig.

Nazorg

In Nederland is nazorg per ziekenhuis anders geregeld. In veel ziekenhuizen gebeurt dit op de zogenaamde nazorgpolikliniek, maar het kan ook geregeld zijn via een thuiszorgorganisatie of met de revalidatie.

lees meer

Nazorg

In Nederland is nazorg per ziekenhuis anders geregeld. In veel ziekenhuizen gebeurt dit op de zogenaamde nazorgpolikliniek, maar het kan ook geregeld zijn via een thuiszorgorganisatie of met de revalidatie. Vaak zijn hier regionale afspraken over gemaakt. Je kunt hiervoor terecht bij je behandelaar.

In de meeste behandelcentra krijg je na de opname een afspraak met een verpleegkundig specialist of gespecialiseerd verpleegkundige van de nazorg polikliniek. Hij of zij bespreekt de vragen en problemen die zijn ontstaan na de bloeding. Bijvoorbeeld problemen met geheugen, aandacht, concentratie en vermoeidheid, bijwerkingen van medicatie of nieuwe klachten. In de regel is deze persoon ook bereikbaar voor vragen. Hij of zij kan adviezen geven of je doorverwijzen naar een instantie die je hierbij kan ondersteunen. Daarnaast besteedt hij of zij aandacht aan de aanwezigheid van risicofactoren op het krijgen hersenbloeding zoals hoge bloeddruk, roken en overgewicht.